Interview met Mels Crouwel en Joost Vos van Benthem Crouwel
Het nieuwe Stedelijk: eyecatcher aan het Museumplein
Benthem Crouwel Architekten won de pitch voor de restauratie en nieuwbouw van het Stedelijk Museum. Hun idee: een prachtig gerestaureerde oudbouw in de geest van Willem Sandberg en spectaculaire nieuwbouw, met een zwevende badkuip als eyecatcher. En: met de ingang aan het Museumplein. Na uitwerking van het ontwerp en voorbereidende werkzaamheden werd in april 2007 met een Japanse ceremonie het startschot gegeven voor de bouw. Mels Crouwel en Joost Vos vertellen over het bijzondere ontwerp.
Interview: Aukje Vergeest.
________________________________________________________________________________________________________
Architect Mels Crouwel presenteert zijn ontwerp
Jan Benthem en Mels Crouwel zitten al 30 jaar samen aan één tafel. Benthem Crouwel Architekten is opgericht in de jaren '70 (vandaar de k) en alle ontwerpen die het Lab verlaten, worden door hen beiden ondersteund: de afspraak is dat als de één het niet goed vindt, het de deur niet uitgaat.
Een dubbele opdracht: restauratie van het bestaande museum en daarnaast een nieuw gebouw ontwerpen. Hoe begon dit proces?
'Er was een programma van eisen opgesteld nadat het vorige plan van Siza door de commissie Sanders was afgekeurd. Er is toen besloten om een nieuwe competitie te houden, en daar stond een aantal duidelijke uitgangspunten in, met de visie van het museum op de uitbreiding. Eén van die dingen was dat de ingang niet meer aan de Paulus Potterstraat zou moeten komen. Bij voorgaande plannen - want er zijn al heel veel plannen gemaakt - hebben de meeste ontwerpers de ingang aan de Van Baerlestraat gelegd. Wij dachten: als je het verandert, dan moet je het ook goed doen; het Museumplein heet niet voor niks Museumplein. Wij wilden een gebouw maken waarbij je niet zou moeten kiezen tussen oud en nieuw. Daarom hebben we besloten om de boel helemaal om te draaien en de entree aan het plein te maken, en dan zo, dat je ónder de nieuwbouw binnenkomt.
De nieuwbouw fungeert dan eigenlijk als soort grote entree naar het oude gebouw. Als je in de hal bent, kun je direct drie routes kiezen: rechtdoor het oude gebouw in, naar beneden de ondergrondse expositieruimte van de nieuwbouw in, of naar de bovenverdieping van de nieuwbouw. In alle gevallen kun je een circuit maken waarin oud en nieuw in elkaar overlopen. Bij de meeste ontwerpen tot dan toe stond het nieuwe gebouw als een soort paviljoen in de tuin van het oude museumgebouw; dan waren het altijd twee gebouwen. In ons ontwerp zijn aan de buitenkant wel twee gebouwen zichtbaar, maar in doorsnede en in plattegrond is het één geheel. Door een groot deel van de nieuwe ruimtes onder de grond te stoppen, wonnen we veel ruimte en hoefden we niet de hele tuin vol te bouwen.'
Hoe verhoudt het nieuwe gebouw zich met de rest van het plein?
'We moesten natuurlijk rekening houden met het "ezelsoor" - dat overigens misschien toch weggehaald gaat worden met de nieuwe aanpak van het Museumplein. Wij hebben het echter als uitgangspunt genomen want we wilden daar niet tegenaan bouwen omdat dat een hele rare aansluiting zou geven, en ook altijd een 'achterkantsituatie' zou opleveren. Wij hebben het Museumplein eigenlijk vergroot, waardoor er achter de wand van het ezelsoor een soort eigen voorpleintje ontstaat, maar tegelijkertijd is het ook allemaal onderdeel van het hele grote plein.

De Sandbergvleugel aan de Van Baerlestraat…

...en wat er voor terugkomt: de badkuip
Toen we aan het ontwerpen waren, zijn we ook bij het Van Gogh Museum geweest en hebben gevraagd wat ze er van zouden vinden als we de ingang naar het Museumplein zouden verleggen. Hun antwoord was: 'Moet je meteen doen!' Zij zijn nu bezig met het bestuderen van de mogelijkheden om ook hun entree naar het plein te verleggen. Zij willen hun entree niet verplaatsen maar een tweede entree maken, omdat het Rietveldgebouw zich er niet goed voor leent om de entree geheel weg te halen. De oude ingang van het Stedelijk aan de Paulus Potterstraat wordt trouwens de ingang voor groepen; en mochten de bezoekersaantallen ooit gigantisch groeien of bij een blockbuster enorm oplopen, dan kunnen ze die ook als volwaardige tweede ingang gebruiken.
Het zou bovendien heel goed zijn voor het Museumplein, als er aan de overkant, bij de Amerikaanse ambassade, nóg een museum of een publiek gebouw bij zou komen. Dan zou het plein wat meer rondom gebruikt worden. Er zijn nu twee goede ontwerpers (Michael van Gessel en Ton Schaap) aangesteld om de inrichting van het Museumplein onder de loep te nemen, en ik hoop dat er ruimte voor hen is om het plan van Ander-son [ontwerper van het huidige plein] aan te passen. Het idee van het veld is nu als uitgangspunt gekozen - het is namelijk geen park en geen plein, en dat is uniek in Europa - en dat is ook goed; maar vervolgens is het op de verkeerde schaal ingericht. Het zou mooi zijn als de ontwerpers de kans kregen om grondige wijzigingen aan te brengen, zodat het plein beter wordt dan het nu is. Het idee van een subplein [voor de entree van het nieuwe Stedelijk] op het Museumplein kan dan mooi uitpakken.
Er zijn inmiddels plannen om het ezelsoor weg te halen, maar wij hebben zo ontworpen dat het voor ons niet hoeft. Mocht het toch verwijderd worden, dan moet het wel zorgvuldig gebeuren en zou er een mooi nieuw paviljoen moeten worden gemaakt voor de parkeergarage en de ingang van AlbertHeijn. Dan ligt het nieuwe Stedelijk nog beter met de ingang aan het Museumplein en is de routing naar het Rijksmuseum ook beter. Het zou mooi zijn voor de stad als de musea op het plein straksde handen ineen slaan, want er komen natuurlijk veel mensen op af als het allemaal klaar is. Het is een gouden plek.'

Het Museumplein met midden links het Stedelijk met nieuwe uitbreiding en het ezelsoor
Hebben jullie ontworpen vanuit de collectie, die in de toekomst nog zal groeien?
'Ik ken het Stedelijk goed en ken de grote collectie uit de vorige eeuw (MC). Zelf heb ik de meeste affiniteit met de werken uit de periode van De Wilde en Beeren. Voor het gebouw hebben we vooral gekeken naar de naoorlogse periode van Sandberg en daarna. Het gebouw is flexibel, want ik weet zeker dat andere directeuren die er nog gaan komen toch weer bijvoorbeeld een hele vleugel willen gebruiken voor een expositie of alles om willen gooien. Dus het gebouw van Weissman is niet specifiek voor de vaste collectie en het nieuwe gebouw voor de tijdelijke tentoonstellingen: alles is mogelijk. Het was Gijs van Tuyls idee om in ieder geval met de vaste collectie te openen in het gebouw vanWeissman en dan met Mike Kelley in het nieuwe gebouw te beginnen. Dat is heel verstandig denk ik, omdat de vaste collectie zo lang niet te zien is geweest en alle toeristen daar wel voor komen. Maar je kunt ook heel goed de oude erezaal voor wisselexposities gebruiken en in het nieuwe gebouw de vaste collectie hangen. Foto's en werken op papier komen in de oude kabinetten, die daar wat betreft maatvoeringen en schuine wanden heel geschikt voor zijn.'

Maquette van de nieuwbouw
'Wij hebben er ook voor gekozen om een dichte roltrap te maken die in één keer naar de ondergrondse expositieruimte gaat, zodat de tentoonstelling niet onderbroken wordt door de entreehal; zo kun je in de sfeer blijven. Zelfs met geluid, geur en licht zou je een expositie van beneden naar boven door kunnen laten lopen; dat is heel flexibel. In de nieuwbouw zitten verschillende voorzieningen voor nieuwe media: een soort theaterzaal die als video- of filmzaal te gebruikenis, en er is een auditorium met 150 zitplaatsen. Verder zijn er in de nieuwbouw op de bovenverdieping tentoonstellingszalen. Beneden (op niveau -1) bevinden zich een educatieruimte, een studiezaal en een kinderatelier. Beneden is een tentoonstellingszaal van 1100 m2 - ter vergelijking: de Erezaal is 350 m2 - dus dat is een gigantische zaal. We verwachten dat die zelden als één ruimte gebruikt zal worden, daar kunnen steeds meerdere tentoonstellingszalen van worden gemaakt met verplaatsbare wanden.'
Is er in de loop der tijd veel veranderd in het originele ontwerp uit 2004?
'Eigenlijk is er vooral veel geschoven met de indeling van de ruimtes in de nieuwbouw, waar het publiek niet komt: het voorbereidingsatelier, de werkplaats, de ruimtes waar de techniek geplaatstis en het transitdepot (voor het acclimatiseren van kunst). Verder vroeg het programma van eisen om een aantal zalen met zijlicht, maar daar is een deel niet van gerealiseerd. We hadden ook een soort patio bedacht, zodat er daglicht in de benedenverdieping zou komen, maar die is er later uitbezuinigd. Toch is dat eigenlijk niet erg, want het is nu juist helder dat boven het daglichtdeel is en beneden kunstlichtwordt gebruikt. Bovendien zijn er tegenwoordig zoveel technieken, dat je kunstlicht perfect op daglichtkunt laten lijken. In de oudbouw kunnen we nu verschillende soorten licht maken.'

Eerste maquette van het winnende ontwerp
Heeft het ontwerp ook nadelen?
'Het gebouw heeft geen achterkant, alle kanten zijn voorkant geworden. Elk gebouw heeft eigenlijk een zij- of achterkant nodig om met je vrachtwagens en vuilnis doorheen te gaan, zonder dat je door het publiek hoeft. Er is geen goede serviceplek voor afval van het restaurant of drukwerk voor het kantoor, want het is namelijk allemaal publieksgebied, voetgangersgebied, waar je met grote vrachtwagens niet mag komen. We hebben er natuurlijk wel over gedacht, maar we hebben het uiteindelijk niet goed opgelost, terwijl we daar heel goed in zijn. We hebben Schiphol gedaan en dat zit wat dat betreft heel goed in elkaar. Hier is dat minder goed gelukt. Toch zitten er enorm veel voordelen aan dat het een openbaar en publiek gebied wordt aan het Museumplein. Het is een heel uitnodigende entree straks met die badkuip.'

Jan Benthem en Mels Crouwel
Wie bedacht de bijnaam badkuip?
'Zelf bedacht! We wilden het vóór zijn, want een bijnaam is altijd goed. Gek genoeg, nadat we die naam een aantal keren hadden laten vallen, namen veel mensen die al over. We hebben er zelfs een vergadering erover gehad met het Stedelijk. Aanvankelijk vonden zij het niet mooi genoeg klinken, maar uiteindelijk keurden ze het toch goed. In het begin heb ik (MC) nog wel eens de naam Boeing gebruikt omdat hij lijkt te zweven en omdat het zo'n wit, groot gevaarte is, maar dat is toch niet de goede bijnaam. Het is echt een badkuip, hij staat op pootjes, hij is glad, naadloos, wit. Sindsdien gebruiken we die naam zelf altijd.'
Het materiaal van de badkuip
'De badkuip is gemaakt van heel speciale kunststof die niet gaat uitzetten of krimpen, waardoor je het naadloos kunt maken. In de bouw bestaan geen gebouwen zonder naden (behalve als ze gestuukt zijn), dus daar stel ik me heel veel van voor (JV). In de scheepsbouw wordt dit materiaal veel gebruikt, maar een gebouw van deze lengte zonder naden is nieuw. De kunststof platen wordengeleverd in stukken van drie meter breed - want het moet op een vrachtwagen passen. Net als bij een jacht worden de stukken aan elkaar gemaakt, de brede naden worden eerst zelf afgewerkt en gevuld envervolgens geplamuurd en in de primer gezet. En tot slot moet het worden afgewerkt en geschilderd; het is ook nog best moeilijk om dat strak te krijgen. Voor het bouwen van de badkuip wordt een schutting gebouwd en een overkapping, zodat men geen last heeft van de weersomstandigheden of rondvliegend stof en vuil. Er komt dus een geheel afgesloten gebied, en de verrassing zal des te groter zijn als het gebouw onthuld wordt.'

De omloop met (nog steeds) granitovloer. De winkel is verdwenen en maakt plaats voor een café met
uitzicht op de Paulus Potterstraat

Het centrale entreegebied onder de badkuip aan het Museumplein

Voorlopig ontwerp Gilian Schrofer Concern voor het café/restaurant op de begane grond
Hoe zit het met de duurzaamheid?
'Natuurlijk letten we ook op duurzaamheid; er spelen meerdere aspecten mee. We gaan een bestaand gebouw restaureren en hergebruiken, dat is alvast een van de meest duurzame manieren om met je gebouw om te gaan. We maken bovendien een grote verdieping onder de grond, een kelder, dat is energetisch heel erg gunstig: een bak die ontzettend goed geïsoleerd is rondom, ook zonder ramen dus je hebt geen warmteverlies. Hetzelfde geldt ook voor de badkuip en een van de grote voordelen van de luifel van de badkuip is dat die veel zoninval tegenhoudt. Alleen het entreegebied is moeilijk te klimatiseren, maar dat is ook het gebied waar de minste eisen aan gesteld worden, want je komt binnen met je jas aan en er hangt geen gevoelige kunst. Het gebouw zit dus energetisch gezien heel goed in elkaar. Vorig jaar was er een discussie over het composiet waar de badkuip van wordt gemaakt: is dat nou juist duurzaam of niet? Er spelen dan meerdere vragen: hoeveel energie kost het om iets te maken, hoelang is de levensduur en hoeveel onderhoud heeft het nodig? Als je kijkt naar de totale levenscyclus blijkt dat dit materiaal juist relatief weinig productie- en verwerkingskosten heeft en doorzijn samenstelling een enorm lange levensduur. Wat betreft onderhoud zal er alleen af en toe een schilderbeurtmoeten plaatsvinden.
Dat het museum meer energie zal verbruiken dan voorheen is natuurlijk logisch, want er staat straks een gebouw bij. Bovendien had het oude Stedelijk geen enkele klimaatinstallatie, wat wél een eis was voor de restauratie en de nieuwbouw. Dus het energieverbruik zal uiteraard hoger zijn. Maar alles is zo ontworpen dat het Stedelijk denk ik beter gaat scoren dan een gebouw dat helemaal boven de grond staat (JV).'
In hoeverre bemoeien jullie je met de inrichting?
'Wij leveren het gebouw zo op dat je onmiddellijk de kunst erin kunt hangen. Dus compleet met houtenvloer, de gespannen plafonds, de wanden, de verlichting, de klimaatinstallaties, alles. De vaste inrichtingwordt door ons gedaan, en de horeca wordt ontworpen door Gilian Schrofer van Concern; dat wilde hetStedelijk graag zo. Benthem Crouwel doet de winkel, de entreebalie en de inrichting van het kenniscentrum. Daarnaast komen er nog bewegwijzering in en de grafische aanduidingen van de nieuwe Fransevormgever Pierre di Sciullo'.
Er wordt nog over het museummeubilair gedacht, maar het is nog niet duidelijk of er geld is voor nieuwe banken. Misschien worden de oude Visser-banken weer op zaal geplaatst - hetgeen ik zal betreuren (MC). Wij hebben een nieuw bankje ontworpen dat echt past bij de vloeren en de badkuip, een echtnieuw Stedelijk-bankje. Maar of het geld er komt dat is de vraag, misschien is het te sponsoren...
Eén vloer voor oud en nieuw?
'Gijs van Tuyl vond het visgraatmotief van het oude parket te dwingend en te afleidend voor de kunst. Daar heeft hij op zich wel gelijk in, maar het hoort ook wel heel erg bij het Stedelijk. Je moet namelijk oppassen dat als je zo'n gebouw helemaal stript, het niet een moderne galerie wordt in een oud jasje. Daarom hebben we gekozen voor een andere houtsoort en een ander patroon, maar wel overal dezelfde vloer: zo wordt het museum meer een eenheid. De granito vloer in het middengebied wordt gerestaureerd en de beeldbepalende trap komt zo nog beter tot zijn recht.
Ook hebben we bijvoorbeeld de oude, laaghangende velums uit de zalen weggehaald, waardoor de rondingen in het plafond weer zichtbaar werden. Het is daardoor veel ruimer geworden maar ook weer een stukje ouderwetser. En dat hebben we weer gecompenseerd door de doorgangen tussende zalen en het plafond dat we erin hangen weer wat moderner te maken. We hopen zo de balans tussen het oude en het nieuwe goed te bewaren, en dat het straks voor iedereen weer het Stedelijk zal zijn.'
Is het nieuwe Stedelijk ook nieuw voor BCA?
'We hebben niet de naam extravagant te zijn en voor ons is dit een behoorlijk spacy ontwerp. Het oude gebouw is een bekend gebouw in Amsterdam, maar van dat type zijn er meer en het heeft een bescheiden karakter. Wij wilden graag een eyecatcher maken om het Stedelijk ook weer internationaal op de kaart te zetten. De grap is dat het er van buiten heel spectaculair uitziet, maar binnen zie je louter rustige, rechthoekige zalen met mooi licht. Het is dus helemaal voor de kunst gemaakt; buiten voert de architectuurde boventoon en binnen de kunst.'