Blikopener_header Homepage » Projecten » Blikopeners »

Pollock workshop vanuit het oogpunt van een kabouter

11 Jun 2009

Pia Canales.

 

Er was eens een kabouter. Hij was heel wit, klein en onwetend. Op een dag werd hij uit het vertrouwde winkelrekje gehaald en over de scanner van de kassa gehaald. Toen hij eindelijk weer kon zien en was bijgekomen van de schrik stond hij in de Bijlmer. Om hem heen zag hij een grote doos met wel een tiental mensen er omheen. Stilletjes begon hij maar te luisteren naar twee meisjes die een filmpje lieten zien over een of andere kunstenaar.

 

Hij werd hij opgetild en ergens fijn in het gras gezet in de zon. Terwijl hij zat te filosoferen over zijn albino-kabouter-zijn werd hij opeens opgepakt. Toen hij opkeek waren nergens meer mensen te bekennen, hij werd omgeven door gedaantes in witte pakken en opeens neergezet op een blauwe ondergrond. In de verte hoorde hij een meisje gillen: "POLLOCKEN MAAR".

Op dat moment hoorde hij oerkreten van links achter hem komen. Stokstijf bleef hij staan. FLATS. Op zijn eerst zo witte huid voelde hij opeens koude vloeistof lopen.

Vol ontzetting keek hij naar de blauwe vlek die zo akelig weerkaatste van zijn witte huid. Zonder er echt lang over na te kunnen denken kwam er nog een flats en nog een en nog een. Overal om zich heen zag hij verf spatten. Naast hem stond een lampenkap die gilde om genade: "Help me, help me". Maar ook zij moest eraan geloven. Wat begon als een rustige bijeenkomst werd al snel een slagveld van verf.

 

Wat had de kabouter de mens aangedaan dat hij zo toegetakeld werd? Waarom al deze emoties?! 'Oh help me toch!', schreeuwde hij wanhopig. Hij hoopte dat het zo snel mogelijk op zou houden maar nee, de mensen ging maar door en door en het werd te veel voor de kabouter dat hij zijn ogen maar dichtdeed en het maar letterlijk over zich heen liet lopen.

Hij gaf zich over aan de verfheid. Ook later werd hij zelfs neergezet op een grotesk doek vol kleurige vloeistoffen als eenzame kabouter stond hij op een slagveld van vernieling en verwoesting.

 

Van het ene op het andere moment werd hij neergezet in de brandende zon en begon de verf zich in zijn huid in te trekken. Het trok zelfs zo erg in, dat zijn kleine kabouterhartje een spatje verf ving.

 

EXTRA BONUS EXTRA BONUS EXTRA BONUS EXTRA BONUS EXTRA BONUS

 

Filosofische verklaring:

 

De kabouter staat hier metafoor voor de onwetende museumbezoeker. De verf voor de kunst. Het voelt zich aangevallen maar laat het na enige tijd op zich in werken waarna het geraakt word op de plek waar het hoort, zijn hart.

 

De witte pakken zijn de beschermende pakken die de mensen aan hadden ter bescherming van de kleding. De bescherming en witte pakken is de schil die de musea zo onpersoonlijk maken waardoor de kabouter niks meer herkent uit zijn eigen wereld.

 

Het werk waar de kabouter later op het verhaal wordt neergezet is de Art Amsterdam maar in werkelijkheid het gezamenlijk werk van de workshop.

De doos is De Bouwkeet.

 

Al met al vond ik het een zeer geslaagde workshop en zeker weten voor herhaling vatbaar.

Door Stedelijk Museum

Reacties

Reageer