Homepage »
Tentoonstellingen »
Gemeentelijke Kunstaankopen 2009 - Fotografie »Aankopen Off the Record bekend
15 Mei 2009
OFF THE RECORD - Voorstel Gemeentelijke Kunstaankopen 2009: fotografie
13 t/m 17 mei 2009, Art Amsterdam, RAI Gastcurator: Hans Aarsman
Bij de jaarlijkse Gemeentelijke Kunstaankopen van het Stedelijk Museum staat altijd een kunstdiscipline centraal. Dit jaar is dat fotografie, volgens een thema naar idee van gastcurator Hans Aarsman. Voor Off the Record nodigde hij kunstenaars uit werk in te zenden dat gemaakt is vanuit de behoefte om iets vast te leggen, zonder direct een artistiek doel voor ogen, waarbij de begrippen toeval en ontdekking centraal staan. De werken (video en fotografie) worden t/m 17 mei getoond in het centrale paviljoen op Art Amsterdam.
Directeur Gijs van Tuyl van het Stedelijk maakt bekend dat voor de collectie van het museum uit Off the Record werk is aangekocht van: Theo Baart, Ad van Denderen, Rineke Dijkstra, Ria van Dijk, Erik Fens, Peter Hermanides, Frank Kouws, Paulien Oltheten, Anne van de Pals, Claudia Sola en Don Sars.
Weet u zeker dat u het goed heeft gezien? Bestel de prachtige catalogus van Off the Record, (15 euro + verzendkosten) via winkel@stedelijk.nl.
En de aankopen zijn:
Theo Baart: stadslandschappen vuilnis
Het begon met een televisietoestel. Van boven kwam het naar beneden zeilen en viel in stukken op de tegels. Presentje van de bovenburen. Toen de resten met de vuilnis waren meegegaan, bedacht Theo Baart (Amsterdam, 1957): van alles wat nog meer naar beneden komt, neem ik een foto. Hij woont inmiddels niet meer in de Bijlmermeer. (aankoop) 
Ad van Denderen: affiches Palestijnen
Toen het begon op te vallen dat Palestijnse vrouwen spontaan gingen krijsen als ze een fotograaf zagen, stopte Ad van Denderen (Zeist, 1943) zijn camera in zijn tas en liet hem daar. Om hem er pas weer uit te halen toen hij posters van zelfmoordmartelaren zag die in Palestijnse kampen op de muren werden geplakt.
Rineke Dijkstra: Chinees koor
Wie dacht dat kinderen in China gedisciplineerd waren, heeft dit koortje nog niet gezien. Rineke Dijkstra (Sittard, 1959) zocht in Xiamen naar modellen voor haar foto's en viel op een lagere school middenin een generale repetitie. Ze had alleen een digitaal cameraatje bij zich.
Ria van Dijk: polaroids schiettent kermis
Zelf heeft ze geen camera, maar ze weet zat camera's te vinden. En de ontspanknop weet ze ook; alsof het een mechanische afstandsbediening is, haalt ze de trekker over. Ria van Dijk (Tilburg, 1920) fotografeert vanaf haar 20ste op de kermis. De afgelopen tijd was er even de klad ingekomen, maar sinds haar staaroperatie schiet ze weer raak. 
Erik Fens: spiegelingen in auto's
Met zoveel auto's om je heen kun je maar beter vrede met ze sluiten. Erik Fens (Amsterdam, 1949) ziet dat auto's onder bepaalde condities zelfs een zekere schoonheid kunnen bezitten. Maar hij woont dan ook boven een bijzondere parkeerplek.
Peter Hermanides: twee oude dames
In de taakomschrijving van een thuiszorgwerker staan voornamelijk handelingen - weinig over menselijk contact. De ouderen die Peter Hermanides (Amsterdam,1966) bezoekt, zetten wel eens iets te eten voor hem op tafel. En dan praten ze. En soms wordt er een foto genomen.

Frank Kouws: dankfoto's overleving
Iedereen die een auto-ongeluk overleefd heeft, kent de onbedwingbare neiging om iemand te bedanken. Maar wie? In Italië vond Frank Kouws (Groesbeek, 1969) een kapel waarin mensen lijstjes aan de muur hebben gehangen. Bij de foto's van het wrak waaruit ze levend zijn gekropen, hebben ze woorden van dank geschreven, meestal gericht aan Maria.
Paulien Oltheten: filmpje hond
Waarom zet die hond niet meteen zijn tanden erin?, vraag je je af als je de bal ziet liggen. Omdat de bal wordt weggeschopt voor hij erbij is. Dan moet hij zich eerst omdraaien voor hij er achteraan kan. En dat kost tijd. Paulien Otlheten (Nijmegen, 1982) onderzoekt houdingen die levende wezens aannemen.
Anne van de Pals: serie boerderij
Ze woont allang niet meer op de ouderlijke boerderij. De vader en de broer van Anne van de Pals (Erp, 1960) nog wel. De honden ook. Na het overlijden van moeder is de band tussen de mannen en de honden inniger geworden.
Claudia Sola: diaserie/filmprojectie
Het is een ongeschreven wet: je kijkt niet in iemands dagboeken. Thuis bij Claudia Sola (Zeist, 1974) deden ze het wel. Onwelgevallige passages werden eruit gescheurd, ze moest ze opnieuw schrijven. Daarom begon ze te fotograferen en te verzamelen, souvenirs in de letterlijke zin van het woord.
Don Sars: familiefoto's
Don Sars heeft een oudere broer, Dave. Hun vader hield van beide kinderen een fotoboek bij. Alle foto's die van ze gemaakt werden, gingen in tweeën. Om achteraf geen scheve ogen te krijgen. Er zit een foto bij van Don Sars (Eindhoven, 1975) met op de achtergrond zijn broer Dave, beteuterd wachtend tot hij op de foto mag.
Hripsimé Visser, conservator Fotografie van het Stedelijk Museum, licht de aankopen toe:
"Deze aankopen zeggen iets heel wezenlijks over fotografie. Het vermogen te documenteren, te registreren en een verzameling aan te leggen is een belangrijk karakteristiek van het medium. De laatste jaren werken veel fotografen en kunstenaars met kiekjes, met archiefmateriaal, met foto's van anderen, met anoniem materiaal zelfs. Het komt bovendien ook voor in de geschiedenis van de fotografie dat relatieve buitenstaanders gebruik maakten van een fotografische toepassing of kwaliteit, die niet bij voorbaat als 'artistiek' kon worden aangemerkt maar die wel leidde tot een verfrissende en stimulerende visie op het medium. Er is kortom in de context van de kunst ook nu weer sprake van een bredere waardering van fotografische mogelijkheden. In die mentaliteit past deze tentoonstelling en daarom zijn dit terechte aanwinsten voor de collectie van het Stedelijk Museum."
Voor Off the Record selecteerde een jury, onder voorzitterschap Hans Aarsman, uit meer dan 470 inzendingen werk van 33 kunstenaars:
Theo Baart, Elly Baltus, Maze de Boer, Melanie Bonajo, Appie Bood, Steve van den Bosch, Hans Bouman, Jan-Dirk van der Burg, M.L. Busser, Ad van Denderen, Ria van Dijk, Rineke Dijkstra, Constant Dullaart, Kaj van Ek, Martijn Engelbregt, Erik Fens, Maria Heijdendael, Maarten Heijkamp, Peter Hermanides, Frank Kouws, Frank Mandersloot, Paulien Oltheten, Anne van de Pals, Jannie Regnerus, Don Sars, Frank Schallmaier, Diana Scherer, Marike Schuurman, Monique Scuric, Tanja Smit, Claudia Sola, Roy Villevoye en Stefan van Weele.
De tentoonstelling op Art Amsterdam is vormgegeven door Roland Buschman en Jeroen Bijl. Bij de tentoonstelling is een gelijknamige catalogus verschenen, met het werk van alle deelnemers en een tekst van Hans Aarsman. Grafisch ontwerp: Sabine Verschueren. Prijs: € 15.
De tentoonstelling is mede mogelijk gemaakt door Accenture en door een financiële bijdrage van de Gemeente Amsterdam.
Reacties
Het was een 'Hans Aarsman Totaal Show'!
Beeld met inhoud zegt toch meer dan zonder. De beelden van oude mensen vallen wel in herhaling en armoede is ook zo fotogeniek. Het eigenlijk gewone gedrag van de hond met bal is goed gezien en daardoor verrassend, nog stilstaande actie.
Ik heb genoten van het filmpje met de hond, en van de mevrouw in de schiettent. Voor de rest was het mij toch te gewoontjes voor in het Stedelijk Museum (waarom zou het over 5 jaar nog interessant zijn om naar te kijken?). Groet van Arjan
Drie opmerkingen ter overweging:
# Het thema en het werk gaan gewoon over Hans Aarsman met zijn visie op fotografie en niet over werk van fotografen met een eigen visie. Het Stedelijk heeft dus in feite werk van Aarsman aangekocht.
# Aarsman werd in het selectie proces bijgestaan door een jury , w.o. Erik Kessels, die de schiettent foto's van Ria van Dijk heeft 'gevonden' en uitgegeven in eigen beheer voor zijn boeken project "in almost every picture'. Hoe noem je zoiets ook al weer?
# Eén project werd al in de aankondiging, als voorbeeld voor wat Aarsman zocht, genoemd (Theo Baart) en die werd dan ook aangekocht. En hoe noem je zoiets?
je hebt nietzsche, die filosofeert met de hamer en je hebt kabouter spillebeen die op een paddestoel heen en weer zit te wippen. je hebt de sixtijnse kapel en je hebt onderbroekenlol.
het stedelijk museum in amsterdam heeft voor de paddestoel en de onderbroek gekozen. is er in de nieuwbouw plaats voor rood met witte stippen?
nooit eerder heb ik een vermaard instituut zo diep zien vallen. het is adembenemend.
zelden zulke nietszeggende foto's gezien in een museum dat een naam heeft hoog te houden. En dat terwijl Nederland barst van creatief talent.
Wat een postmodern gelul als verantwoording van de aankopen! Sorry dat ik me zo uitdruk, maar als ik deze werken zie zakt mij de broek tot ver over de enkels. Waar is het kritisch vermogen van het Stedelijk gebleven? Er zijn goddorie tal van fotografen die veel en veel vernieuwender zijn. De nederlandse kunstwereld is autistisch geworden. Ik schaam mij diep.
Ik ben een van de Nederlandse fotografen die het privilege kreeg om in een drietal zalen van het Stedelijk Museum zijn werk te mogen presenteren.
Tevens is mijn werk voor de collectie van het Stedelijk Museum aangekocht.
Deze feiten worden vermeld wanneer er weer een boek van mijn werk wordt gepubliceerd of wanneer er een expositie van mijn werk in het buitenland wordt georganiseerd.
Echter, de associatie die het Stedelijk Museum voor de recente aankopen met ene Hans Aarsman is aangegaan, de manier waarop die aankopen zijn geschiedt, de criteria die zijn gebruikt, het nepotisme wat is getolereerd, doen mij zeer betwijfelen of het nog verstandig is om internationaal mijn werk met het Stedelijk Museum in Amsterdam te verbinden.
Michel Szulc Krzyzanowski
Punta Boca del Salado, Baja California, Mexico.
www.szulc.info
hoewel ik altijd wat moeite heb met de fotografie als kunstvorm zijn er wel degelijk fotografen die iets doen met het beeldmateriaal wat nog boeit.
Dit was dit keer zeker niet de bedoeling?
Hoeveel van dit soort foto's wil het Stedelijk hebben, ik kan er honderden leveren zo en dan zet ik er ook nog wel zo'n tekstje bij.
DE OMGEKEERDE WERELD
Vraag: wat hoort niet in dit rijtje thuis:
1. Heilsoldaten die met kerst voedsel afpakken van daklozen.
2. Iemand die uit verdriet zout water opzuigt door zijn ogen.
3. Een museum voor moderne kunst dat moedwillig en met voorbedachte rade werken aankoopt die nu juist geen kunstwaarde hebben.
Antwoord: nr 3 hoort niet in dit rijtje thuis, want dat is echt gebeurd.
Heer Aarsman, koop ook eens wat van mij, want uit mijn collectie valt werk te halen dat nog veeel minder artistiek is, en naar ik begrijp is dat een deugd.
Ik maak ook regelmatig foto's van spiegelingen op auto's of bijvoorbeeld van bloesemblaadjes die op de auto liggen etc.
OPEN BRIEF AAN DE HEER GIJS VAN TUYL.
Directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam.
Zeer geachte heer van Tuyl,
Als ik op Google naar het Stedelijk Museum Amsterdam zoek verneem ik met genoegen dat het museum over een omvangrijke, wereldberoemde collectie beschikt.
Dat geloof ik graag.
Alleen met de fotografie wil het maar niet lukken. Bij de laatste aankoopronde is de naam Stedelijk Museum weer danig in diskrediet geraakt door de aankoop van min of meer toevallige kiekjes die geen kunst willen zijn. Vooral dat geen kunst willen zijn schijnt in dit geval als buitengewoon kunstzinnig te worden beschouwd.
Koopt u ook doeken die geen schilderijen willen zijn en constructies die zich niet als sculptuur willen aandienen?
Ik ken een ontwerper van theedoeken, die wijd en zijd wordt geprezen. Ook behoort tot mijn kennissenkring een zeer bekwame betonvlechter. Beiden zijn niet ongenegen tegen een passende beloning enig werk aan het Stedelijk Museum te leveren. Zou u eens bij de betreffende curatoren willen informeren? Deze twee heren zijn eerlijke, hardwerkende, godvrezende lieden. Wilt u dat er alstublieft bij zeggen?
Maar goed. De fotografie.Altijd goed voor een lach en een traan. Iedereen kan het. En laten we vooral niet zo arrogant zijn om te denken dat het ene plaatje beter is dan het andere. Dat zou hoogmoedig zijn. Zijn het niet juist de armen van geest die het aardrijk zullen beërven? En is het dan niet juist de plicht van een toonaangevend instituut als het Stedelijk Museum om die armen dan ook alvast binnen te halen? Is iedereen in zijn hart niet gewoon kunstenaar?
Wat me nog wel dwars zit is de jury. Was die wel toevallig genoeg? En wilden de leden niet stiekem zelf voor artiest spelen? Hebben ze wel onder ede verklaard dat ze geen kunstzinnige bedoelingen hadden? Ik heb geen enkel bezwaar tegen de verspilling van gemeenschapsgelden, maar dan moet je het wel eerlijk doen en met open kaart.
Altijd die fotografie. Wellicht is het u, door alle hang naar eenvoud op uw fotografie afdeling ontgaan dat er ook foto’s bestaan die zich er niet voor schamen dat ze kunst zijn. Mag ik u attenderen op mensen als Jasper de Beijer, Melanie Bonajo, Martijn Doolaard, Henk Elenga, Ruud van Empel, Winfred Evers, Astrid Hermes, Hendrik Kerstens, Micha Klein, Paul Overdijk, Wouter van Riessen, Schilte&Portielje, Tjarda Sixma, Jean-Marc Spaans en Oscar Voch? Ik noem er maar een paar.
Ze staan allemaal in het boek Beyond Photography, dat onlangs werd uitgegeven door Voetnoot. En ze staan allemaal niet of nauwelijks in de Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland, dankzij uw conservator fotografie.
Zou het overdreven zijn om te zeggen dat het laatst genoemde boek de geschiedenis domweg vervalst? Dat er binnen de Nederlandse fotografiewereld een ongeremde hartstocht bestaat voor het amateuristische en het realistische en een vage minachting voor alles wat met kunst te maken heeft?
Graag zou ik wat meer van u horen over de positie die het Stedelijk Museum inneemt ten opzichte van de fotografie en met name de fotografie van de verbeelding.
Eén van uw illustere voorgangers, Edy de Wilde, riep met enige regelmaat dat het in de kunst alleen om de kwaliteit gaat. Zou u hem dat na durven roepen? Of is uw stelling dat gebrek aan kwaliteit juist een kwaliteit is?
Ik teken met de meeste hoogachting en hoop op een spoedig antwoord-
Rommert Boonstra
Beste Rommert, Oscar en Michel,
Uw commentaren rieken naar ijdelheid.
mvg Kees
Waar gaat de tentoonstelling van het Stedelijk eigenlijk om? Om de foto's? Om Hans Aarsman? Om diegenen die behoren tot de inner circle van Hans Aarsman? Een tijdje waren de verhaaltjes van H.A nog aardig om te lezen. Nu wordt de wijze van kijken en interpreteren van H.A tot onfeilbaar en heilig verklaard. Zaten we daarop te wachten? Ook sneu voor al diegenen die in goed vertrouwen hun foto's naar het Stedelijk hebben gestuurd maar die helaas niet tot de inner circle behoren.
Omdat er dingen zijn die me dwars zitten in de fotografie wereld heb ik de heer Van Tuyl via Photoq een open brief gestuurd. Hij is zo vriendelijk geweest mij te antwoorden. Eveneens op Photoq. Ik vond dat antwoord eerlijk gezegd nogal teleurstellend. Daarom wil ik de kwestie nogmaals aan de orde stellen. Helaas heeft Photoq de tekst, die u hieronder aantreft, niet willen publiceren.
Geachte heer Van Tuyl,
Als een museum iets aankoopt lijkt het mij een gezond uitgangspunt om het beste van de beste kunstenaars te kopen. Over wie de beste kunstenaar zijn en wat hun beste werken zijn, kan gedebatteerd worden.
Dit jaar werden kunstenaars en amateurs uitgenodigd werk in te zenden dat gemaakt is uit een behoefte om iets vast te leggen, zonder direct een artistiek doel voor ogen, waarbij de begrippen toeval en ontdekking centraal staan.
Waarom? Net alsof in een “gewoon” kunstwerk toeval en ontdekking niet centraal staan. En net alsof een artistiek doel voor ogen hebben een beetje verdacht is.
Je weet van tevoren wat er op zo’n oproep volgt-
Eindeloze hoeveelheden series die een slap aftreksel zijn van wat Hans Peter Feldmann jaren geleden al maakte, met een scheutje Joachim Schmidt er bij en een vleugje Paul Bogaers.
Feldmann, Schmidt en Bogaers, geachte heer van Tuyl, zijn authentieke kunstenaars die hun ziel en hun zaligheid gestopt hebben in het ontwikkelen van hemelbestormende ideeën. Bij Off the record worden ze op een achternamiddag schaamteloos geïmiteerd. En imitatie heeft niets, maar dan ook helemaal niets te maken met toeval en ontdekking. De meeste inzenders hebben gewoon een laatje open getrokken om te kijken of er nog iets grappigs in lag. Passie is vervangen door leut.
U hebt nu dus een verzameling kiekjes aangekocht die u in iets andere vorm geheel gratis van internet had kunnen downloaden, waar het wemelt van de grappige kiekjes. U wit niet weten hoeveel geplette vuilniszakken daar wel niet te vinden zijn. Ook heb ik er een indrukwekkend aantal zelfmoordterroristen aangetroffen, al dan niet op affiches.
Een grapjas heeft zelfs Barbie met een bomgordel om gefotografeerd. Ik moet hem bij gelegenheid toch eens vragen of hij een artistiek doel had.
Met artistieke groet, hoogachtend,
Rommert Boonstra.
Het Stedelijk kiest altijd voor de maker, niet primair voor de gedaanten van een medium. Bij fotografie zou dat laatste bovendien op ernstige moeilijkheden stuiten want wat is fotografie: een discipline, een drager, een techniek, een praktijk, een functie, een toepassing? Door te kiezen voor de makers en de manier waarop zij een positie formuleren, komen al deze aspecten van de fotografie aan bod – maar altijd vanuit het perspectief van de persoon van de maker. Dat die maker niet altijd een professional is, doet niet ter zake; dat hij zich misschien zelfs geen kunstenaar voelt is niet doorslaggevend.
Zo haalde de schilder Breitner de stad in zijn atelier, maakte ambachtsman Atget documenten voor kunstenaars, fixeerde het rijkeluiskind Lartigue de dynamiek van de beau monde, verbaasde ontwerper Schuitema zich over de knopjes op een handvol spelden, legde constructivist Moholy-Nagy objecten op een vel lichtgevoelig papier, documenteerde schilder Fulton zijn wandelingen, wilde journalist Winogrand weten hoe de wereld eruit zag op een foto en legde burgeres Ria van Dijk een verzameling zelfportretten als schutter op de kermis aan. Al deze ‘experimenten’ zijn fotografie, sommige zijn van meet af aan bedoeld geweest als kunst, andere zijn het geworden dankzij de tijd en het inzicht dat daarmee gepaard gaat. Ongetwijfeld zijn er ook zeer veel verbeeldingsvolle experimenten geweest die het niet gehaald hebben of nog op hun ontdekking liggen te wachten.
Natuurlijk bestaat ambachtelijkheid in de fotografie, en keuze, en professionaliteit, visie en verbeelding, al die aspecten die een fotograaf tot auteur in de klassieke betekenis van ‘kunstenaar’ maken. De collectie bevat prachtige voorbeelden van die zelfbewuste fotografen, van Alfred Stieglitz tot Walker Evans, van Albert Renger Patzsch tot Andreas Gursky, van Man Ray tot Cindy Sherman, van Erwin Blumenfeld tot Gerald van der Kaap, van Diana Arbus tot Rineke Dijkstra, van Emile van Moerkerken tot Marnix Goossens, van Paul Guermonprez tot Elspeth Diederix en van Koen Wessing tot David Goldblatt. Hun foto’s worden door het museum verzameld vanwege hun verbeeldingskracht, hun conceptuele betekenis, hun uitspraken over de zichtbare en ervaren werkelijkheid. Maar de fotografie is ook een in diepste zin surrealistisch medium, levend van toeval, van dubbelzinnige toepassingen en gebruiken. Juist dankzij de camera heeft toeval meer kans en is het soms achteraf de blik van de maker zelf of van een andere kijker die betekenis ziet, schoonheid ontdekt, kwaliteit onderkent.
Gijs van Tuyl
Directeur Stedelijk Museum
Weet u zeker dat u het goed heeft gezien? Bestel de prachtige catalogus van Off the Record, (15 euro + verzendkosten) via winkel@stedelijk.nl
Met het noemen van al deze min of meer beroemde namen kunnen het waarom van deze aankopen niet vergoeilijkt worden.
Laten we het er maar op houden dan, om in de strekking van het verhaal te blijven, dat het lange lange wachten is begonnen.
Beste Rommert,
Wat aardig van je, dat je me in de gelegenheid stelt je broodnodige discussie met Van Tuyl/Aarsman c.s. te volgen - waarbij de lansknecht Aarsman zich kennelijk, merkwaardig genoeg, afzijdig houdt, en Van Tuyl van de tribune is afgedaald om op het toernooiveld de lans voor hem op te nemen.
We zullen zien.
1.1 Kunst (en dat is het ‘eigen-aardige’ van kunst) ontstaat nooit zonder het vooropgezet doel om kunst te maken - en die andere discussie, wat we onder ‘kunst’ zouden moeten verstaan, hoeft hier niet te worden gevoerd, want dat ‘probleem’ (zo hier al een probleem zou zijn) is hier niet aan de orde.
1.2 Wel is aan de orde of het legitiem is om bij toeval ontstane kiekjes, door kunstenaars uitgekozen, voor te leggen aan een jury (Aarsman c.s.), die uit die kiekjes een tentoonstelling samenstelt, die wordt geёxposeerd in een kunstmuseum (want dat is het Stedelijk toch?).
Eveneens, maar dat is secundair, wie daarvoor dan wordt gehonoreerd: a) de kunstenaars die de kiekjes inzenden; en/of b) de jury; en/of c) de makers van de kiekjes (doorhalen wat niet van toepassing is, c.q. wordt verlangd).
1.3 Van Tuyl schrijft (24 mei) dat ‘het Stedelijk altijd kiest voor de maker, niet primair voor de gedaante van het medium’ (beetje lastige zin, maar met wat moeite valt daar nog wel worst van te maken).
Evenwel trakteert Van Tuyl ons vervolgens op een waslijst kunstenaars, waar en passant ‘burgeres Ria van Dijk’ aan wordt toegevoegd; waarna het werk van de kunstenaars op de waslijst tot ‘experimenten’ wordt gereduceerd; om vervolgens met het kiekje van Ria van Dijk op een hoop te worden gegooid; waar tot slot aan wordt toegevoegd dat die hele boel, ‘dankzij de tijd en het inzicht dat daarmee gepaard gaat’, wel degelijk als kunst moet worden beschouwd.
1.4 We mogen concluderen (zie ook 1.1) dat Van Tuyl niet goed weet wat wel of niet tot de kunst moet worden gerekend - met de kanttekening van Van Tuyl dat ‘fotografie in diepste zin een surrealistisch medium is, levend van toeval, van dubbelzinnige toepassingen en gebruiken’. Wat Van Tuyl hiermee bedoelt, is mij niet erg duidelijk, en als je het mij vraagt Van Tuyl zelf ook niet.
Maar het heeft er alle schijn van dat Van Tuyl alsnog voor het medium, en niet voor de maker heeft gekozen.
1.5 Het was even zoeken, maar ik vond tenslotte toch de Selected Correspondence van Marcel Duchamp terug.
Bladzijde 109 (van genoemd boek): Stieglitz schrijft in 1922 een brief aan Duchamp. ‘Can a photopraph have the significance of art?’
Duchamp antwoordt als volgt: ‘Dear Stieglitz – Even a few words I don’t feel like writing. You know exactly what I think about photography. I would like to see it make people despise painting until something else will make photography unbearable. There we are. Affectueusement, Marcel Duchamp.’
1.6 We mogen aannemen dat Stieglitz niet erg verheugd was over dit antwoord. Duchamp hield niet van kunst (Stieglitz, zie daarvoor zijn foto’s, ongetwijfeld wel), en had ook van fotografie als medium (laat staan als kunst) geen hoge hoed op. Derhalve vond hij Stieglitz’ a priori onbetekenend en zijn vraag irrelevant.
1.7 Dezelfde Duchamp plaatste omstreeks deze tijd (ik dacht in 1923, maar ik ga dat nu niet opzoeken) een pisbak is een museum. Inmiddels drie of vier generaties kunsthistorici veinzen sindsdien Duchamp’s bedoeling niet te begrijpen. Duchamp bedoelde eenvoudig: je kunt me de pot op met je museum.
1.8 Sindsdien staat niet alleen het museum ‘in discussie’, maar ook de kunst (wat men daaronder ook maar wil verstaan).
1.9 Die discussies daar gelaten, lijkt het me toch dat het in de bedoeling moet liggen dat wat er in een museum wordt vertoond, moet vallen onder de noemer ‘kunst’ (wat we daaronder ook willen verstaan), en dat het niet in de bedoeling ligt dat daar toevalstreffers voor in de plaats komen (vaag gemompel i.v.m. kiekjes over ‘een in diepste zin surrealistisch medium … etc.’ desalniettemin).
1.10 Wat iets anders is, is dat toevalstreffers zoals kiekjes best in een historisch museum tentoongesteld zouden kunnen worden, net als bijvoorbeeld schoenlepels, blikopeners en damescorsetten, maar dat gebeurt dan vanwege hun historische, sociologische, etc., betekenis. Maar in een kunstmuseum?
1.11 Toen Duchamp het kunstmuseum afschafte (in plaats van schilderijen kon met daar immers even goed of kwaad een pispot laten zien), braken er gouden tijden aan voor het historisch museum! Erger nog: veel kunstmusea werden sindsdien tot historisch museum getransformeerd, een proces dat onafgebroken voortwoekert.
1.12 Net als Van Tuyl vind ik dat fotografie ‘leeft van dubbelzinnige toepassingen en gebruiken’. Ik ga graag nog wat verder: fotografie is in eerste instantie een buitengewoon onbestuurbaar medium, louter en alleen al door het technisch, d.w.z. mechanische, chemische dan wel elektronische aspect van de zaak, waardoor de maker bij voorbaat grotendeels of helemaal is uitgeschakeld. Met dat buitengewoon onbestuurbaar medium wordt vervolgens maniakaal gemanipuleerd. Het resultaat laat zich raden. Wij allen leven onder de voortdurende, verschrikkelijke terreur van de fotografie, en alles wat daarmee samenhangt, en dat is me nog al wat. We zullen hiermee moeten leven ‘until something else will make photography unbearable’ (Duchamp, zie 1.5).
1.13 De overeenkomst tussen een schilderij (ets, tekening, etc.) en een toevallig geschoten kiekje bestaat er uit dat beide een illusie van werkelijkheid geven. Daar, onder meer, beginnen de misverstanden.
Een kunstwerk voegt de maker toe aan de werkelijkheid. Graag een andere keer over wat wij onder ‘werkelijkheid’ dienen te verstaan. Een kunstmuseum dient een poging te zijn om ons daarin enige duidelijkheid te verschaffen.
Een kiekje, en überhaupt de fotografie, reduceert de werkelijkheid. Daar is een kunstmuseum niet voor.
1.14 Tenslotte: jouw werk, beste Rommert, zie ik vooral als een aanslag op de terreur van de fotografie; als een poging tot reconstructie van een gedeformeerde wereld; misschien ben je dat mij eens, misschien ook niet; maar ook als je het niet met mij eens bent, blijf ik mij die mening permitteren.
Dat je de kwaal gebruikt voor de remedie is uiteraard onvermijdelijk. Zo is het in de schilderkunst ook gegaan.
1.15 Ik mag hopen dat het Stedelijk niet de voorkeur geeft aan kiekjes omdat dit wel zo veilig is.
Peter Bulthuis
Rotterdam, 25052009
-step by step towards understanding-
The student should first learn to distinguish things and the concepts of things by means of their genera and species; then to classify them according to their mutual relationship (for such links exists between all things); then to define and distribute them; then to estimate the value of the things and their concepts in combination, seeking out the What, the Whence, and the Why, and whether it be necessary or contingent. When he has had sufficient practice in this, he may proceed to ratiocination and seek how to draw conclusions from given premises, and finally, he may essay discursive reasoning or the complete conduct of disputations. [p.108]
Opera Didactica Omnia , 1657
FOTOGRAFIE, KUNST EN DE TAND DES TIJDS.
(over discussie op photoq)
Het slagveld overziende wil ik graag het volgende opmerken.
De discussie zou, wat mij betreft, moeten gaan over kwaliteit. En over kunst.
Niet over iets anders. En al helemaal niet over professionals en amateurs.
Gewoon over kwaliteit en over kunst. En, in verband daarmee, over de rol van het museum.
Heeft het Stedelijk Museum met Off the Record de best denkbare collectie foto”s binnen gehaald of niet?
Gijs van Tuyl zegt in antwoord op mijn open brief dat het Stedelijk Museum altijd kiest voor de maker. Dat vind ik een sterk verhaal. Het Stedelijk Museum heeft voor Hans Aarsman gekozen. En Hans Aarsman beweert, als ik het goed heb, dat een serie foto’s van weggegooide vuilniszakken net zo belangrijk, of misschien wel belangrijker is dan een sequentie van Krzyzanowski, terwijl ze zich in mijn ogen tot elkaar verhouden als een carnavalsschlager tot Johann Sebastian Bach.
Zou Theo Baart echt vinden dat met die serie zijn beste werk is aangekocht? Want daar gaat het om- het beste werk.
Hans Aarsman geeft op geen enkele vraag antwoord. Wat heeft Willem van Hanegem met Off the Record te maken? Het enige wat ik uit zijn betoog kan opmaken is dat elke foto eigenlijk wel leuk is, als je er maar goed naar kijkt.
Ook de uitroep dat de fotografie groter is dan het leven wijst in die richting.
Edie Peters denkt dat de beleidsmakers van het Stedelijk niet eens zo gecharmeerd zijn van de werken die de commissie Aarsman heeft voorgedragen, maar wel van zijn redeneringen. Dat zou betekenen dat de praatjes het winnen van de plaatjes.
Is dat zo, meneer Van Tuyl?
Of het kunst is, is niet meer van belang, meent Edie. En passant gooit hij ook de kunstgeschiedenis nog even overboord, daarbij vergetend dat wat in een museum bewaard wordt daar wordt bewaard om de kunstgeschiedenis in te gaan. De actualiteitswaarde iis snel verdwenen. Daarna komt de tand des tijds.
Hans Aarsman houdt zich bezig met herschikken, hergebruiken en herinterpreteren van bestaand fotomateriaal, schrijft Theo Baart. Daar is natuurlijk niets tegen. Ik vind alleen dat mensen als Paul Bogaers, Hans Peter Felmann en Joachim Schmidt daar veel beter in zijn.
Nogmaals Theo Baart- Beweer je dat die serie vuilnis behoort tot je beste werk?
Uiteindelijk telt alleen de kwaliteit en de kracht van het beeld stelt Hans Rooseboom. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik zie dat als artistieke kwaliteiten.
Daarom heb ik ook niks tegen het woordje kunst. In fotografie gaat het om de beeldtaal. En waarom zou je de beeldtaal van de fotografie niet met de beeldtaal van een schilderij mogen vergelijken?
De fotografie is inderdaad breder georiënteerd dan de schilderkunst. Maar zo gaat het met taal ook. Je kunt er een hemelbestormende roman mee schrijven, maar net zo goed een verhaaltje in het plaatselijke sufferdje over een poesje dat door de brandweer uit een boom gered is.
Rommert Boonstra
Een discussie op het gebied van de fotografie in Nederland heeft altijd iets weg van de Titanic: met veel tamtam loopt het van de helling maar in even hoog tempo zinkt het weer weg. De grote vraag die bij mij rijst bij deze hele onderneming is: waarom mochten alleen 'kunstenaars' werk inzenden en niet- als het toch om kiekjes gaat- de gehele Nederlandse bevolking? En als je dan de keuze voor 'het beeld' maakt en niet voor de artistieke pretenties cq ambities, vanwaar dan de opname in een pretentieuze en ambitieuze kunstcollectie?
Er bestaat een tamelijk oud boekje getiteld 'Say Cheese' waarin een keur aan mislukte foto's staat, allen juweeltjes aan beeld opleverend. Van prachtige dubbelopnamen tot pogingen een elegante sprong vanaf de hoge duikplank vast te leggen. Maar waarbij alleen de plons zichtbaar is. Dit alles voorzien van kostelijk commentaar. Waarom niet gekozen voor een amusant door Hans Aarsman becommentarieert boekwerkje van ingezonden werk? Nu dient men dan voor een afgewogen en nauwgezet doch ietwat curieuze selectie uit de Nederlandse hedendaagse kunstfotografie naar het Stedelijk af te reizen vooraleer zich te verbazen over een zogeheten anti-esthetische keuze. Een keuze die welbeschouwd even zo esthetisch blijkt als de amateurfotograaf de zonsondergang ervaart. Of even lief als mijn buurmeisje haar poes koestert. Want alle bijschriften ten spijt, het idee was toch juist dat?
Hripsimé Visser, conservator Fotografie van het Stedelijk Museum, licht de aankopen toe:
"Deze aankopen zeggen iets heel wezenlijks over fotografie. Het vermogen te documenteren, te registreren en een verzameling aan te leggen is een belangrijk karakteristiek van het medium". Ja, inderdaad, dat klopt als een bus, dat doet zo'n beetje iedereen die een camera kan hanteren.
Registreren en vastleggen. Maar dat geldt ook voor de penseel en de pen. Zou Gijs van Tuyl werkelijk overwegen het komend jaar een oproep te plaatsen aan alle zondagsschilders?
Ik zou zeggen, volgend jaar een nieuwe aankoopronde waarbij alle Nederlanders wordt opgeroepen hun familiealbums in te zenden.
Een goede curator kan daar beslist een bijzondere tentoonstelling uit samenstellen. En dit zeg ik nadrukkelijk zonder enig cynisme. Want:
Fotografie blijft een prachtig medium. Zo persoonlijk als het maar zijn kan. Blijkt maar weer uit alle ingezonden meningen. Het prettige eraan is juist dat je het als consument/createur ervan zonder de pretenties van kunst kan beoefenen en ervaren. Dat is wat Hans Aarsman ons denk ik duidelijk wil maken. Als fotograaf wijs je iemand ergens ergens op. Als curator wijs je op dat wijzen. En als museum van moderne kunst neurie je mee op de wijs van de tijd.
Mag ik dan- als het toch zo stil blijft hiero- u allen wijzen op een alleraardigst initiatief geheten Orbis Pictus Caravanus te Naarden? Google het - ik tracht ook een link te plaatsen- en wees welkom, het laatste weekend van het Fotofestival Naarden, alwaar mijn compadres en ik een poging wagen een schot te lossen naast het vestingmuseum in de hoop de ijdelheid te laten varen in de grachten van de waterlinie van het Nederlandse kunstaankoopbeleid. Zodat niet wij - als ervoor- ten overstaan van de hele wereld- meer belachelijk gemaakt kunnen worden door bijvoorbeeld een curator in Detroit die als thematentoonstelling Going Dutch programmeert, waarbij ene Wim van een fotografiemuseum te Den Haag ons Nederlanders een voorliefde voor Loretta Lux door de strot probeert te rammen.
Dat is nou juist net waarvoor je kunstenaars en critici nodig zou kunnen hebben. Maar die moet je dan niet de mond snoeren op overgewaardeerde blogs als photoq.nl
nu maar hopen dat het werrekt hiero, een link te plaatsen.
het kan nochthans door een programmaprotocal als free publitcity worden ervaren:
http://orbispictuscaravanus.blogspot.com/
De creativiteit lijkt meer in het begeleidende verhaaltje te lzitten dan in de foto's zelf. Bewaart u alvast al uw foto's ! De kwaliteit daarvan is blijkbaar helemaal niet belangrijk zolang er maar achteraf een thema voor geconstrueerd kan worden. De geachte schrijver is een topverkoper, geen liefhebber. De toekomstige bezoekers van het stedelijk mogen nu tegen wat onopvallende prentjes aankijken.