Homepage »
Stedelijk Nieuws »Duizenden bezoekers in Hong Kong zien nieuwbouwplannen Stedelijk
31 Dec 2008
Bericht van conservator industriële vormgeving Ingeborg de Roode, 29 december 2008

De tentoonstelling met op de voorgrond een deel van de presentatie over het Stedelijk en op de achtergrond de maquettes van Concern
Foto: Hong Kong Design Centre
De tentoonstelling 'Models of Concern and the New Stedelijk Museum' zou gisteren, 28 december, voor het laatst in het Hong Kong Design Centre te zien zijn. Ik hoorde net van Amy Chow, Design Director van het Centre, dat de tentoonstelling wegens succes definitief met een week is verlengd. Uiteindelijk zullen na drieënhalve week zeker 10.000 bezoekers zijn geteld. Voor ons zeer interessante bezoekers, want het gaat voornamelijk om ontwerpers, architecten, studenten en docenten van designopleidingen, universiteiten en dergelijke: toekomstige bezoekers van ons heropende museum aan het Museumplein en eventueel partners voor samenwerkingsprojecten in de toekomst.
De aanleiding voor de tentoonstelling was de Business of Design Week waarin dit jaar Nederland centraal stond. Amy Chow was begin 2008 met een collega naar Nederland gekomen om ontwerpers en architecten uit te nodigen op het congres te komen spreken en om musea en andere instituten te vragen een tentoonstelling in het Design Centre te maken. Dit centrum is gevestigd in het Inno Centre, een groot gebouw in Kowloon (het vasteland van Hong Kong) waarin allerlei bedrijfjes en bureaus op vormgevingsgebied zijn gevestigd, waaronder bijvoorbeeld het bureau van Freeman Lau, een van de bekendste ontwerpers van Hong Kong en vertegenwoordigd in elke organisatie die maar iets met design te maken heeft.
Aangezien dit jaarlijkse evenement een van de grootste (zo niet hét grootste) op designgebied in Azië is, leek het ons een mooie gelegenheid onszelf daar te profileren. In samenwerking met Concern, het ontwerpbureau van Gilian Schrofer die de horecaruimtes in het nieuwe Stedelijk ontwerpt, stuurden wij de tentoonstelling 'Models of Concern' naar Hong Kong. Sommigen van u hebben deze misschien de afgelopen zomer in het SMCS gezien. In samenwerking met Benthem Crouwel Architecten werd de kleine presentatie over het nieuwe Stedelijk, die toen ook te zien was, uitgebreid tot een volwaardig onderdeel van de tentoonstelling.
Behalve de maquette waarmee Benthem Crouwel in 2004 de competitie voor de nieuwbouw won en de grote maquette waarin de eerste interieurontwerpen te zien zijn, presenteerden we (audio)visueel materiaal over de samenstelling van de 'badkuip' (een sandwich met Twaron erin), de geschiedenis van het museum en onze nauwelijks te overtreffen vormgevingscollectie. In het Design Centre werd onder de noemer DesignEx '08 tegelijkertijd werk getoond van het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) en De Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten uit Den Haag. Bovendien had het Design Centre zelf nog een afficheproject van ontwerpers uit Nederland en Hong Kong georganiseerd, waaraan verschillende ontwerpers die de afgelopen jaren voor ons hebben gewerkt deelnamen. Bij de selectie hadden we een kleine vinger in de pap gehad.

Exterieur van het Inno Centre gebouw waar de tentoonstelling was
Foto: Hong Kong Design Centre
Op 10 december, de dag na de opening, hielden Gilian Schrofer, Martin Wassmann (Benthem Crouwel) en ikzelf een lezing over het nieuwe Stedelijk en de vormgevingscollectie voor een internationaal publiek. Vlak daarvoor had ik deelgenomen aan een ronde-tafel-discussie van een internationaal designnetwerk, waarvan verschillende deelnemers meekwamen naar onze lezingen. Zo konden nuttige contacten worden gelegd met medewerkers van designcenters in onder meer Bangkok en Japan, van organisaties uit Europa en de Verenigde Staten en van universiteiten, onder wie John Heskett, schrijver van het standaardwerk Industrial Design uit 1980 en tegenwoordig docent op de Polytechnic in Hong Kong.
De organisatoren stonden overigens versteld van de inbreng van Nederland bij deze Business of Design Week. De crème de la crème van de architectuur en vormgeving sprak tijdens het congres: Marcel Wanders, Winy Maas, Hella Jongerius, Marlies Dekkers, Wolfram Peters (van npk industrial design), Irma Boom en Rem Koolhaas om er maar een paar te noemen. Op de beurs in het Convention Centre waar ook het congres plaatsvond waren allerlei stands waaronder een echt Nederlands paviljoen. Ongeveer de helft van het hele randprogramma aan tentoonstellingen en discussies werd door Nederlandse instellingen verzorgd (naast ons museum bijvoorbeeld door het Nederlands Architectuurinstituut). De hele Nederlandse delegatie onder leiding van staatssecretaris Heemskerk van EZ bestond uit bijna 300 mensen, onder wie veel ontwerpers. Het is duidelijk dat deze laatsten steeds meer hun reserves over samenwerking met Chinese bedrijven vanwege alle plagiaatkwesties uit het verleden laten varen. China heeft beterschap beloofd. Wij en zij weten natuurlijk dat er voor velen een interessante toekomst daar zal kunnen liggen.
Het is spannend om te zien hoe China zich in de komende jaren op vormgevingsgebied gaat ontwikkelen. Ik zie op industrieel gebied nog niet veel dat de moeite waard is; de tentoonstelling 'China Now' die afgelopen jaar in het Victoria & Albert Museum te zien was bevestigde dit beeld - er was niets op dat gebied, maar wel mode, architectuur en grafische vormgeving. Ook op disciplineoverschrijdend gebied is het een en ander gaande.
Zo ontwikkelt architect William Lim naast zijn werk in opdracht installaties die zich tussen architectuur, beeldende kunst en vormgeving in bevinden. Werk van hem was op de Architectuur Biënnale van Venetië (2006) en in het Designhuis in Eindhoven tijdens de laatste Dutch Design Week te zien. Een studiobezoek bevestigde mijn gevoel dat hij interessante dingen doet. In de Chinese geschiedenis zijn overigens voldoende aanknopingspunten te vinden voor de hoop dat de toekomstige vormgevingskwaliteit beter zal zijn; bijna alles wat we interessant vinden aan Japanse vormgeving (bijvoorbeeld de minimalistische vormgeving) vindt immers zijn oorsprong in China.
Een katalysator hiervoor zal misschien een groot project in Hong Kong kunnen zijn, waarover Rem Koolhaas sprak (zelf helaas zijn lezing op de laatste dag van het congres gemist omdat ik eerder terug ging). Zijn onderzoeksorganisatie AMO is betrokken bij de ontwikkeling van een groot cultureel complex in West Kowloon. Er moet onder meer een designmuseum komen. Victor Lo, de belangrijke man voor dergelijke projecten in Hong Kong, wil graag met (design)musea over zijn plannen praten en dus ook met ons. Hij vertelde mij dat de eerste gedachten uitgaan naar een beleid dat zich op collectionering van Aziatisch design richt. Dat lijkt me heel verstandig: vooral zoeken naar een eigen invalshoek en niet andere (westerse) voorbeelden kopiëren. Dat zien we al genoeg op cultureel gebied.
Volgend jaar is Frankrijk themaland van de Business of Design Week. Voor ons en andere Nederlandse deelnemers wordt het afwachten wat alle opgedane contacten opleveren. Dat zal voor een groot deel van onszelf afhangen.
Ingeborg de Roode
Reacties